Kom tot ons, de wereld wacht: Overdenking van de maand

KOM TOT ONS, DE WERELD WACHT
Kom tot ons, de wereld wacht. Heiland kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint, kind van God,
Maria’s kind. (Liedboek 433)
De wereld wacht. Het lijkt er vaak niet op. We hebben geen tijd om te wachten. We jagen en jachten maar voort. Het één is nog niet af, of het andere begint al. We moeten steeds meer en steeds sneller. We leven in een zeer onrustige tijd. We gunnen onszelf geen rust.

Vaak kunnen we ons dat ook niet veroorloven. We worden meegesleurd in de maalstroom van het maatschappelijk verkeer. Ondertussen gaan de rijken van meer naar meer en groeien overal boven uit.
Ondertussen gaan de armen van minder naar minder en delven het onderspit.
Al met al is er veel onbehagen en weinig welbehagen bij de mensen.
Deze onrust doet me denken aan kerkvader Augustinus (354-430). Augustinus kon zijn draai in het leven niet vinden en draaide alle kanten op. Hij waaide mee met de modieuze wind van zijn tijd, maar innerlijk stormde het. Totdat hij diep van binnen, in zijn hart, geraakt werd door het Woord van God. Bekend is zijn belijdeniswoord: ‘Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U.’ Dat heeft Augustinus ervaren en het heeft zijn leven totaal veranderd. Hij schrijft daarover in zijn boek Belijdenissen: ‘Er stroomde een licht van zekerheid in mijn hart binnen en al de duisternis vluchtte van mijn weifelen en twijfelen heen.’ Hij vond innerlijke rust en vrede om zijn leven te wijden aan het dienen van God en mensen.
Augustinus was een bewogen prediker en pastor. Hij had oog voor mensen in nood. Hij zag naar hen om in het woord dat hij sprak en in de daad van het pastoraat. Zeshonderd preken zijn er van hem bewaard gebleven en daarin hoor je de pastorale toon. Preken had hij geleerd van de zeer welbespraakte kerkvader Ambrosius (339-397). Ambrosius heeft het boven aangehaalde lied geschreven. Het was een eerste volkslied. Dat wil zeggen, niet alleen de geschoolde koorzangers, maar alle mensen konden dit zingen. Het is ook het eerste lied dat de hervormer Maarten Luther in de volkstaal – het Duits – vertaalde.
Een kerkelijk lied dus met oude papieren dat ook nu nog door ons wordt gezongen.
Het is een lied dat mensen door de eeuwen heen heeft geraakt en ook onze harten raakt. Al hebben wij eigenlijk geen tijd om te wachten, toch bidden wij: ‘
Kom tot ons, de wereld wacht.
Heiland kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint,
kind van God, Maria’s kind.’

In de tijd van Advent zien we uit naar dit kind, het is een tijd van wachten en verwachten, en met Kerst vieren we zijn geboorte. Zijn naam is Jezus en hij leert de mensen: ‘Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’
Augustinus vond innerlijke rust door zijn leven te wijden aan het dienen van God en mensen.
Misschien kunnen ook wij deze innerlijke rust en vrede ervaren als we niet haastig en hoogmoedig, maar zachtmoedig en nederig van hart onze weg gaan in het spoor van Jezus, als we ons leven wijden aan het dienen van God en mensen.

Hilde van der Zwaag-Visscher uit Veendam